Met
de veerkracht van een elastiekje kun je iets in beweging brengen. Probeer
eens een wagen te laten rijden...
Wat
je nodig hebt: een kiepauto of andere speelgoedwagen die je kunt volladen,
knikkers, een elastiekje, boetseerklei, twee klosjes, een strook papier.
1.
Plak de klosjes met wat boetseerklei vast op een tafel. Trek het
elastiekje over de klosjes.
2.
Vul de speelgoedwagen met knikkers. Zet hem tegen het elastiekje
en trek hem een stukje achteruit.
3.
Laat de speelgoedwagen los. Hij begint te rijden en hij verplaatst
zich over een korte afstand. Zet een merkje op de strook papier bij
de achterste wielen.
4.
Neem de helft van de knikkers ui de wagen. Trek hem terug naar de
eerste positie en laat hem los. Hij gaat nu vlugger en verder.
5.
Neem nu alle knikkers eruit en schiet de wagen nog een keer weg. Nu
gaat de wagen heel snel en nog verder.
Waarom is er verschil
in de afstand die de wagen aflegt?