Koude lucht neemt minder plaats in
dan warme lucht. Dat komt omdat de moleculen
dichter bij elkaar blijven.
Doordat de warme lucht in de fles in de bak met koud water afkoelt, heeft
dezelfde hoeveelheid lucht minder plaats nodig en er is dus minder druk
van de lucht. In de fles ontstaat een vacuum. De lucht van buiten de fles wilt de vrije plaats in de
fles innemen en drukt zichzelf, met de ballon, naar binnen.