|
HET KOMPAS
Wie heeft het kompas ontdekt? Chinese schippers ontdekten heel lang geleden dat er met een magneetijzersteen iets vreemds aan de hand was. Zij lieten een langwerpige magneetijzersteen aan een touw hangen. De steen draaide elke keer naar dezelfde kant. Hij wees altijd met dezelfde punt naar het noorden. En met de andere punt naar het zuiden. Ze gebruikten de steen in hun zeilboten. Soms verdwaalden ze midden op zee. Als er een dikke mist was bijvoorbeeld. Welke kant moesten ze nu uit? Waar was het land? Ze hingen een magneetijzersteen aan een hengel voor aan het schip. Deze wees het noorden aan. En zo wisten ze ook meteen het oosten, het zuiden en het westen. Waarschijnlijk waren het dus de chinezen die als eerste ontdekten dat je stukjes metaal dusdanig kunt bewerken dat ze altijd dezelfde richting op wijzen. Veel later is dat stukje metaal steeds verder ontwikkeld tot het kompas van vandaag de dag. Hoe werkt een kompas? De wijzer of naald van het kompas is een magneet . De aarde is ook een magneet, het is de grootste magneet van de wereld. Diep in de aarde zit een vloeibare massa ijzer. Die massa maakt van de aarde een reusachige magneet. Alle andere magneten worden daardoor aangetrokken door de aarde. De magnetische naald van het kompas wordt aangetrokken door de magnetische noordpool van de aarde en wijst dus altijd naar het noorden, welke kant je ook op draait.
|