Maak
zelf een thermometer. Met een thermometer test je hoe warm of koud de
dingen zijn. Een thermometer meet de temperatuur. Deze wordt hoger als
iets warmer wordt en lager als iets kouder wordt.
Wat
je nodig hebt: karton, doorzichtig limonaderietje, boetseerklei, viltstiften,
een schaar, koud water, voedselkleurstof of aanlenglimonade, glazen fles.
1.
Giet koud water in de fles tot die voor drie vierde gevuld is. (Als
je niet weet hoeveel drie vierde is, kijk dan op het plaatje hierboven).
Doe er een beetje kleurstof of aanlenglimonade bij.
2.
Zet het rietje in de fles en zet het goed vast met boetseerklei. De
opening van de fles moet helemaal dicht zijn. Het rietje moet in het
gekleurde water komen.
3.
Blaas voorzichtig in de fles tot het gekleurde water in het rietje
omhoog komt. Blaas door totdat het een stukje boven de klei uit
komt.
4.
Knip twee gleufjes in het karton. Schuif het over het rietje heen.
Zet een zwart streepje tot waar je het water hebt staan. Dit is je
thermometer.
5.
Zet de thermometer op een warme plaats, bijvoorbeeld onder een lamp
of in de zon. Zet na 10 minuten een rood streepje bij waar het water
nu staat.
6. Zet de thermometer
in de koelkast. Zet na 10 minuten een blauw streepje bij waar het
water staat.