|
Moleculen en
temperatuur
De moleculen bewegen kriskras door elkaar. Die beweging wordt veroorzaakt
door de botsingen met andere moleculen. We noemen dat de Brownse
beweging. Doordat de moleculen tegen elkaar aan botsen gaan
ze soms sneller en soms langzamer.
Hoe sneller
de moleculen bewegen, hoe hoger de temperatuur van de stof is. Daarom
moet je eigenlijk zeggen dat de temperatuur van een stof afhangt
van de gemiddelde snelheid van de moleculen.
|
|
 |
Als je op het
plaatje klikt, en je gaat een stukje naar beneden, dan zie je een
vierkant. Even wachten en dan kun je zien hoe moleculen sneller
gaan bewegen als je warmte toevoegt. Dat doe je met het schuifje.
Hoe verder je dat naar rechts schuift, hoe meer warmte je toevoegt.
Sluit het venster
als je ermee klaar bent.
|
| |
|
|
Nu kunnen we
ook begrijpen wat temperatuur van een vaste stof is. Hoe sneller
de moleculen bewegen, hoe hoger de temperatuur.
Maar
pas op!
Er
is een verschil tussen temperatuur en warmte. Als we in het dagelijks
leven zeggen dat iets warm is, dan bedoelen we dat de temperatuur
van die stof hoog is. Temperatuur is het bewegen van moleculen,
terwijl warmte het middel is om ze harder te laten trillen. Dus
als ik een stof verwarm, dan is het de warmte die de moleculen harder
laat trillen. Zie je het verschil ?
|
|
| Wat
gebeurt er als een vaste stof gaat smelten? Zoals gezegd, zitten de
moleculen in een vaste stof netjes gerangschikt en trillen ze op hun
plaats. Als we de vaste stof gaan verwarmen [we voegen energie toe]
dan zullen de bolletjes steeds harder gaan trillen. Op een gegeven
moment zullen ze zó hard trillen dat het onmogelijk is om ze
nog op hun plaats te houden. De moleculen breken stuk voor stuk los,
net zo lang tot alle moleculen bevrijd zijn. Het duurt daarom even
voordat een vaste stof vloeibaar wordt. |
|
We hebben al
bekeken wat er gebeurde tijdens het smelten. Nu gaan we bekijken
wat er gebeurt tijdens het koken van een vloeistof. Als de vaste
stof eenmaal een vloeistof is dan zorgt het verwarmen ervoor dat
de moleculen in de vloeistof steeds harder door elkaar gaan bewegen.
Omdat
ze in alle richtingen kunnen bewegen, komt het wel eens voor dat
een molecuul genoeg vaart heeft om aan de aantrekkende kracht van
de anderen ontsnappen en als een raket uit de vloeistof gelanceerd
wordt. De vloeistof is dan aan het verdampen. Als de vloeistof aan
het koken is, dan kun je de moleculen in de vloeistof niet harder
laten bewegen. Alle warmte die nu nog wordt toegevoegd, wordt gebruikt
om los te breken uit de vloeistof. Net als een raket die de Aarde
verlaat, heeft een molecuul energie nodig om te ontsnappen aan de
aantrekkende kracht van de anderen.
|
|
Moleculen
en dichtheid
De dichtheid
van een stof bepaalt hoe zwaar die stof is. Zware stoffen hebben
een grote dichtheid. Lichte stoffen hebben een kleine dichtheid.
Een stof is zwaar als er veel moleculen inzitten. Een stof is licht
als er weinig moleculen inzitten.
Een ijzeren
kubus is zeven maal zo zwaar als een even grote kubus water. Een
kubus van balsahout is vijf maal zo licht als water. Als iets zwaar
is in verhouding tot de grootte, zeggen we dat het een grote dichtheid
heeft.
Zout water
heeft een grotere dichtheid dan zoet water. Je kunt gemakkelijker
in zee zwemmen dan in een zwembad omdat er zout in zeewater zit.
Hierdoor zijn de moleculen dichter op elkaar gepakt.
Hoe
meer moleculen in dezelfde ruimte zitten, des te groter is de dichtheid
van de stof.
|


|