CO2 vormt maar een klein deel van de lucht die je inademt. De atmosfeer bestaat vooral uit stikstof en zuurstof. CO2 zit daar in een veel kleinere hoeveelheid tussen. Daarom drukken onderzoekers de concentratie meestal uit in parts per million, afgekort ppm. Dat betekent hoeveel CO2-moleculen er zijn per miljoen luchtdeeltjes.
De huidige concentratie ligt rond de 420 ppm. Dat betekent dat van elke miljoen deeltjes in de lucht er ongeveer 420 uit CO2 bestaan. Omgerekend komt dat neer op ongeveer 0,042 procent van de atmosfeer. Het lijkt dus een klein percentage, maar het speelt wel een rol in hoe warmte in de atmosfeer wordt vastgehouden.
Ter vergelijking. Voor de industriële revolutie, rond 1850, lag de concentratie rond 280 ppm. Sindsdien is het niveau dus flink gestegen. Dat heeft vooral te maken met menselijke activiteiten zoals het verbranden van kolen, olie en gas en grootschalige ontbossing.
Onderzoekers meten CO2 op verschillende plekken in de wereld. Bekende meetstations staan bijvoorbeeld op afgelegen bergtoppen of eilanden. Daar is de invloed van lokale vervuiling kleiner, waardoor de metingen een goed beeld geven van de gemiddelde concentratie in de atmosfeer.
Uit die metingen blijkt dat de hoeveelheid CO2 al tientallen jaren stijgt. In de jaren zestig nam de concentratie gemiddeld met ongeveer 0,9 ppm per jaar toe. In de laatste tien jaar ligt dat tempo rond 2,5 ppm per jaar en soms zelfs hoger.
Een deel van de CO2 die mensen uitstoten wordt opgenomen door bossen, planten en oceanen. Ongeveer de helft van de uitstoot blijft echter in de atmosfeer hangen. Daardoor loopt de concentratie langzaam verder op.
Het is goed om te weten dat CO2 niet alleen door menselijke activiteiten ontstaat. Het maakt onderdeel uit van een natuurlijke kringloop. Mensen en dieren ademen CO2 uit, planten gebruiken het gas juist voor fotosynthese. Ook oceanen en bodems spelen een rol in deze uitwisseling.
De mens voegt echter extra CO2 toe aan die natuurlijke cyclus. Dat gebeurt vooral door het gebruik van fossiele brandstoffen. Omdat de natuur die extra hoeveelheid niet volledig kan opnemen, blijft een deel in de lucht aanwezig.
Daarom kijken onderzoekers niet alleen naar de uitstoot zelf, maar vooral naar de concentratie in de atmosfeer. Dat cijfer laat zien hoeveel CO2 er uiteindelijk daadwerkelijk in de lucht blijft zitten.
Voor Nederland gelden dezelfde atmosferische waarden als in de rest van de wereld. De lucht mengt zich namelijk voortdurend. CO2 dat in een ander land wordt uitgestoten kan uiteindelijk ook boven Nederland terechtkomen.
Nederland stoot zelf ook CO2 uit, bijvoorbeeld door verkeer, industrie en energieproductie. Tegelijk probeert de overheid de uitstoot te verminderen door energiebesparing, hernieuwbare energie en andere maatregelen. Toch zie je dat een daling van de uitstoot in één land niet direct leidt tot een lagere wereldwijde concentratie. De atmosfeer reageert namelijk op de totale hoeveelheid uitstoot wereldwijd.
De hoeveelheid CO2 in de lucht lijkt klein wanneer je naar het percentage kijkt. Toch gaat het om een duidelijke stijging als je de cijfers van de afgelopen anderhalve eeuw naast elkaar legt. Van ongeveer 280 ppm rond 1850 naar ruim 420 ppm vandaag. Dat verschil is goed meetbaar en vormt een belangrijk onderwerp in klimaatonderzoek.
Voor veel mensen begint het begrijpen van klimaatverandering bij deze simpele vraag. Hoeveel CO2 zit er eigenlijk in de lucht die we elke dag inademen. Door je daarin te verdiepen, wordt het makkelijker om nieuws, discussies en beleid rond klimaat beter te volgen. Blijf daarom kijken naar nieuwe cijfers en uitleg van wetenschappers, zodat je een goed beeld houdt van wat er met onze atmosfeer gebeurt.
Terug