Een zwart gat ontstaat wanneer extreem veel massa op een heel kleine plek wordt samengeperst. De zwaartekracht wordt dan zo groot dat er een gebeurtenishorizon ontstaat. Dat is de grens waarbinnen niets meer kan ontsnappen.
Je kunt de gebeurtenishorizon vergelijken met een waterval. Zwem je ver boven de waterval, dan kun je nog rustig wegzwemmen. Maar kom je te dicht bij de rand, dan is de stroming sterker dan jij. Een zwart gat werkt op dezelfde manier: buiten de gebeurtenishorizon kun je nog ontsnappen, maar eenmaal voorbij die grens is er geen weg terug.
Het centrum van een zwart gat wordt vaak een singulariteit genoemd. Daar zou de materie oneindig dicht opeengepakt zitten. Onze huidige natuurwetten kunnen dat punt nog niet volledig beschrijven, en juist daarom blijft een zwart gat zo fascinerend voor wetenschappers.
De bekendste manier waarop een zwart gat ontstaat, begint bij een zeer zware ster. Onze zon is al enorm, maar een ster moet minstens ongeveer twintig keer zwaarder zijn dan de zon om aan het einde van zijn leven een zwart gat te kunnen vormen.
Tijdens zijn leven houdt een ster zichzelf in evenwicht. In de kern smelten waterstofatomen samen tot helium. Daarbij komt enorme energie vrij. Die energie oefent druk naar buiten uit en voorkomt dat de zwaartekracht de ster naar binnen drukt.
Maar die brandstof is niet oneindig. Als een zware ster zijn brandstof verbruikt, stopt de kernfusie. De druk naar buiten verdwijnt, terwijl de zwaartekracht blijft trekken. De kern stort dan razendsnel ineen. Bij zo'n instorting komt zoveel energie vrij dat de buitenste lagen van de ster met geweld de ruimte in worden geblazen. Dat heet een supernova.
Wat er daarna overblijft, hangt af van de massa van de kern. Is de kern relatief licht, dan kan er een neutronenster ontstaan: een extreem dicht object waarin protonen en elektronen samendrukken tot neutronen. Is de kern echter zwaar genoeg, dan is zelfs die neutronendruk niet sterk genoeg. De materie stort verder ineen en er ontstaat een zwart gat.
Niet elke ster eindigt als zwart gat. De zon zal bijvoorbeeld nooit een zwart gat worden. Over miljarden jaren wordt zij waarschijnlijk eerst een rode reus en daarna een witte dwerg: een kleine, hete rest van de oorspronkelijke ster.
Alleen zeer zware sterren hebben genoeg massa om na hun dood verder in te storten dan een neutronenster. De massa bepaalt dus in grote lijnen het einde. Hoe zwaarder de resterende kern, hoe groter de kans op een zwart gat.
Dat maakt een zwart gat tegelijk zeldzaam en indrukwekkend. Het is het eindstation van een ster die tijdens zijn leven veel zwaarder was dan onze zon.
Naast zwarte gaten die uit een stervende ster ontstaan, bestaan er ook superzware zwarte gaten. Deze reuzen bevinden zich vaak in het centrum van grote sterrenstelsels en kunnen miljoenen of zelfs miljarden keer zwaarder zijn dan de zon.
Een zwart gat van die omvang kan niet zomaar uit een ster ontstaan. Wetenschappers denken dat zulke reuzen in de loop van miljarden jaren zijn gegroeid. Ze slikken gas, stof en sterren in, vangen kleinere zwarte gaten en versmelten soms met andere zwarte gaten.
Ook botsende sterrenstelsels spelen mogelijk een belangrijke rol. Wanneer twee sterrenstelsels samenkomen, kunnen hun centrale zwarte gaten dichter bij elkaar komen. Uit nieuw onderzoek met de Euclid-telescoop, gebaseerd op gegevens van ongeveer een miljoen sterrenstelsels, blijkt dat zulke botsingen samenhangen met actievere superzware zwarte gaten. Dat suggereert dat een botsing extra gas naar het centrum kan sturen, waardoor een zwart gat sneller kan groeien. Je vindt die informatiebron hier.
Een van de grootste vragen is hoe superzware zwarte gaten al zo vroeg in de geschiedenis van het heelal zo groot konden worden. Sterrenkundigen ontdekten onlangs een slapend superzwaar zwart gat in het vroege heelal. Dankzij de James Webb Space Telescope en een natuurlijk kosmisch vergrootglas konden onderzoekers de massa meten van dit object, dat ongeveer zes miljard keer zwaarder is dan de zon. Lees hier meer over deze ontdekking.
Een slapend exemplaar eet op dat moment nauwelijks materie. Toch laat de ontdekking zien dat zulke reuzen al vroeg in de geschiedenis van het heelal konden bestaan. Dat dwingt wetenschappers om na te denken over snellere groeimethoden dan eerder werd aangenomen.
Ook opvallend: astronomen vonden in een jong sterrenstelsel drie superzware zwarte gaten. Twee daarvan liggen dicht bij elkaar en kunnen in de toekomst samensmelten. Zo'n fusie kan een nog groter exemplaar opleveren.
Zo'n object lijkt misschien volledig vast te staan in het centrum van een sterrenstelsel. Maar dat is niet altijd zo. Wanneer twee superzware zwarte gaten versmelten, ontstaat er een nieuw, zwaarder exemplaar. Tijdens die fusie kunnen zwaartekrachtgolven ontstaan: rimpelingen in de ruimtetijd die met enorme snelheid door het heelal reizen.
Die fusie kan het nieuwe object ook een flinke zet geven. In sommige gevallen is die zet zo krachtig dat het object uit het centrum van zijn sterrenstelsel wordt geslingerd. Het blijft dan als een soort kosmische zwerver door de ruimte bewegen.
Omdat zo'n object zelf geen licht uitzendt, moeten astronomen slimme sporen volgen. Ze kijken bijvoorbeeld naar sterren die in een cirkel bewegen rond een onzichtbaar punt. Uit die beweging kunnen ze berekenen hoe zwaar het onzichtbare object moet zijn.
Ze kunnen ook gas bestuderen dat vlak voor de gebeurtenishorizon draait. Dat gas wordt extreem heet en zendt wel licht uit. Soms ontstaan er ook jets: enorme stralen van materie die met bijna de lichtsnelheid de ruimte in worden geschoten. Zo'n straal kan duizenden lichtjaren lang zijn.
Met telescopen zoals de James Webb Space Telescope en de Very Large Telescope kunnen onderzoekers deze signalen bestuderen. Zo maken ze het onzichtbare zichtbaar, zonder ooit direct in zo'n object te kunnen kijken.
Je kunt zo'n object natuurlijk niet thuis nabootsen, maar je kunt wel ontdekken hoe zwaartekracht werkt. Span een stevige doek of flexibele matras uit en leg er een zware bal in het midden. De bal drukt de doek naar beneden. Rol daarna een klein marmer over de doek. Je ziet dat het marmer naar de zware bal toe buigt.
Dat model laat zien hoe massa de ruimte eromheen beïnvloedt. Een zwart gat doet hetzelfde, maar dan veel extremer. De zwaartekracht is daar zo sterk dat zelfs licht niet meer kan ontsnappen. Het experiment is dus geen echte simulatie, maar wel een goede manier om het idee achter zwaartekracht te begrijpen.
Een zwart gat ontstaat dus meestal wanneer een zeer zware ster sterft en zijn kern ineenstort. Maar het verhaal stopt daar niet. Zwarte gaten kunnen groeien, samensmelten, materie opslokken en mogelijk zelfs door het heelal reizen.
Elke nieuwe ontdekking laat zien hoe veel we nog niet weten. Juist dat maakt een zwart gat zo bijzonder: het is een object dat onze verbeelding prikkelt, onze natuurwetten op de proef stelt en ons herinnert dat het heelal nog vol verrassingen zit.
Terug