WRIJVING EN WEERSTAND

 

We wandelen, fietsen, rijden in de auto. Heb je ooit geprobeerd een van deze dingen te doen op een ijsbaan of een bevroren vijver? Je hebt dan geen enkele controle en je valt meteen op je achterwerk. Weet je hoe dat komt? De reden hiervan is een mysterieuze kracht die we wrijving noemen.

Wrijving is een kracht die ontstaat als twee voorwerpen tegen elkaar wrijven. Hierdoor ontstaat weerstand.

Bijvoorbeeld: je hebt wrijving nodig om te wandelen zonder uit te glijden, te fietsen zonder dat je wielen heel hard 'in het luchtledige' gaan ronddraaien. Het is dus een handige kracht voor ons.


De belangrijkste oorzaak van wrijving tussen voorwerpen is dat de oppervlakte van de voorwerpen nooit helemaal glad zijn. Ook al lijkt het oppervlak van iets heel glad, als je het onder een microscoop bekijkt is het vaak ruw en bobbelig. Wrijving ontstaat als een oppervlak over een ander oppervlak wrijft.

Als een van de voorwerp glad is, ontstaat er minder wrijving wanneer je het over een ander voorwerp laat bewegen.
Als een voorwerp ruw is, glijdt het minder goed omdat er meer weerstand is.

Wanneer een voorwerp rolt is er minder weerstand dan wanneer een voorwerp glijdt of schuift.
Als voorwerpen tegen elkaar wrijven ontstaat er warmte. Probeer maar eens je koude handen warm te wrijven.