Onder de naam Future Energy Lab bestaan meerdere onderzoeksplekken. De TU Dresden begon in maart 2025 met een eigen Future Energy Lab voor decentrale energiesystemen. In Linz werkt het Linz Institute of Technology aan een lab met dezelfde naam, en in Berlijn startte Dena een pilotlab voor digitale energietoepassingen. Het Future Energy Lab in Budel is van een andere aard. Het is de eerste fysieke locatie van Metalot, een non-profitorganisatie die sinds 2015 bestaat en steun krijgt van de TU Eindhoven, Nyrstar, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Cranendonck.
Het Future Energy Lab staat op bedrijventerrein Airpark in de regio Brainport Eindhoven en draait sinds medio 2020. De officiële opening volgde pas op 19 mei 2022, omdat de coronamaatregelen dat eerder in de weg stonden.
Veel energietechnologie werkt in een universiteitslab en komt daarna niet verder, omdat bedrijven een groter prototype willen zien voordat ze investeren. Het Future Energy Lab vult dat gat. Onderzoeksinstellingen en bedrijven kunnen er experimenten opschalen tot technology readiness level 5, een prototype dat in een realistische omgeving wordt getest. Metalot stelt daarvoor laboratoriumruimte beschikbaar. Daarnaast maakt de stichting routekaarten, brengt zij de juiste partijen bij elkaar en werkt zij eraan dat wet- en regelgeving openstaat voor metalen als energiedrager. Op de routekaart staat een complete installatie tot 0,2 MW, met een brander en een opslagsysteem die samen een volledige cyclus vormen.
Het werk draait om drie thema's: metaalbrandstoffen, waterstof en batterijtechnologie voor langdurige opslag. Het Hydrogen Fieldlab, dat samen met het Future Energy Lab werd geopend, biedt een veilige basisvoorziening om prototypes op pre-industriële schaal te testen. Voor de ijzerpoedercyclus kunnen verbrandings- en regeneratiesystemen daardoor op één locatie worden uitgeprobeerd.
De kern van het Future Energy Lab is een kringloop. Fijn ijzerpoeder brandt goed en geeft daarbij veel warmte af, die direct kan worden gebruikt of kan worden omgezet in elektriciteit. Bij de verbranding ontstaat roest, ofwel ijzeroxide. Dat roest wordt opgevangen en met waterstof uit groene stroom weer omgezet in ijzerpoeder. Daarna kan de cyclus opnieuw beginnen. Volgens SPIE gaat een batch ijzerpoeder ruim tien cycli mee.
Het terugbrengen van ijzeroxide tot ijzerpoeder is het onderwerp van het onderzoeksproject CIRCL. De wetenschapsfinancier NWO stelde daarvoor 900.000 euro beschikbaar, en Metalot, RIFT, Shell en EIRES doen mee onder leiding van TU/e-hoogleraar Niels Deen.
Bij de verbranding komt geen directe CO₂ vrij. Stijn van Aken, Metal Fuels Project Lead bij Metalot, wijst erop dat ijzerpoeder anders dan waterstof niet explosiegevoelig is. Het corrodeert langzaam en waait nauwelijks weg, waardoor het veilig te vervoeren en op te slaan is. De eerste praktijktest kwam in 2020, toen het Metal Power Consortium onder leiding van Metalot bij Swinkels Family Brewers in Lieshout een installatie voor het brouwproces van Bavaria in gebruik nam. De stappen daarna, van proefopstelling naar marktklaar systeem, horen bij het Future Energy Lab.
Voor bedrijven die door congestie niet op het net kunnen, ziet SPIE ijzerpoeder als realistisch alternatief. Waterstof is volgens SPIE bovendien niet geschikt voor seizoensopslag, terwijl ijzerpoeder dat wel is. Metalot werkt daarom aan holonen: lokale, gesloten energieketens waarin productie en verbruik van ijzerpoeder samenkomen.
Ook de markt kijkt mee. In 2024 startte SPIE samen met Metalot een haalbaarheidsstudie naar ijzerpoeder voor de opslag van hernieuwbare energie, waarbij Metalot het technisch ontwerp, de businesscase en het projectmanagement op zich neemt. Deloitte werkt met Metalot aan een studie die de plaats van ijzerpoeder naast groene alternatieven bepaalt.
Het onderwerp is in Budel zelf besproken. In 2024 hield de Netherlands Academy of Engineering een forumbijeenkomst in het Future Energy Lab over de vraag of netcongestie een sleutel is of juist het slotstuk van de energietransitie. Professor Philip de Goey introduceerde daar ijzerpoeder, waarna de leden een rondleiding door het Future Energy Lab kregen.
Een holon moet ergens beginnen, en dat is Holon 0, de testlocatie in Cranendonck. Op 24 september 2025 vierde Metalot de lancering tijdens een Metalot@Work in het Future Energy Lab, met ruim honderd deelnemers ter plaatse en online. Volgens Metalot is het de eerste demonstratie van een complete ijzerpoederketen. Nyrstar faciliteerde de reductiestap en onderzoekt zink als mogelijke metaalbrandstof. De gemeente Cranendonck steunt Metalot sinds het begin en noemt plannen voor 3.000 tot 4.000 duurzame woningen. Een model van ArmanTech laat zien hoe ijzerpoeder een dorp van 160 huishoudens van energiezekerheid kan voorzien.
Rond het Future Energy Lab groeit de steun. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei kondigde aan samen met Metalot een Iron Power Platform op te richten, gericht op standaardisatie, wetgeving en een grondstoffenmarkt. Via de Metalot Academy leidt de TU Eindhoven bedrijven, overheden en ingenieurs op. Metalot trekt bovendien een lobby in de EU met partners in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Canada.
Op 3 maart 2026 haalde RIFT, een spin-off van de TU Eindhoven, €113,8 miljoen op, wat Metalot een doorbraak voor ijzerbrandstof noemt. Op 10 april 2026 meldde Metalot dat het Future Energy Lab projectpartner is in Heat4Buildings, een project over slimme, circulaire verwarming voor de gebouwde omgeving en de industrie. Eerder, op 12 december 2025, vierde Metalot in Eindhoven zijn tiende verjaardag met het afscheidscollege van Philip de Goey. Negen startups pitchten die dag hun plannen.
Organisaties kunnen lid worden van de Metalot Community en zo actief deelnemen. Tijdens de Metalot@Work-sessies, in 2025 onder meer in maart, juni en september, delen partners hun voortgang vanuit het Future Energy Lab, ter plaatse of online. Op 25 juni 2025 ging het in een sessie over de vraag welke andere metalen dan ijzer als energiedrager kunnen dienen. Bij de Open Energiedag van 2023 stond de deur ook open voor bezoekers. Actuele data, lidmaatschapsvoorwaarden en bezoekmogelijkheden staan op de website van Metalot.
Terug