Een elektromagneet ontstaat wanneer elektrische stroom door een draad loopt. Rond die draad vormt zich een magnetisch veld. Dat veld is meestal zwak, maar kan versterkt worden door de draad in een spoel te wikkelen. Door meerdere windingen ontstaat een sterker magnetisch effect. Als er vervolgens een ijzeren kern in het midden van die spoel zit, zoals een spijker, wordt het magnetisch veld nog duidelijker merkbaar.
Dit principe wordt al lang toegepast in techniek. Denk aan elektromotoren, luidsprekers en zelfs treinen. Toch blijft het bijzonder dat je met een simpele batterij en wat koperdraad hetzelfde basisprincipe kunt nabootsen. Kinderen zien direct resultaat wanneer kleine metalen voorwerpen, zoals paperclips, worden aangetrokken.
Wanneer de draad is aangesloten op een batterij, gaat er stroom lopen. De spijker wordt dan tijdelijk magnetisch. Dat betekent dat hij metalen objecten kan aantrekken. Haal je de stroom eraf, dan verdwijnt dat effect weer. Dit maakt het verschil duidelijk tussen een permanente magneet en een elektromagneet.
Het aantal windingen van de draad speelt een rol. Meer windingen zorgen meestal voor een sterker magnetisch veld. Ook de spanning van de batterij heeft invloed. Een hogere spanning kan het effect vergroten, al is het belangrijk om voorzichtig te blijven en geen oververhitting te veroorzaken. De draad kan warm worden als er lang stroom doorheen loopt.
Het maken van een elektromagneet is geschikt voor verschillende leeftijden. Jongere kinderen kunnen helpen met het wikkelen van de draad en het testen van de magneet. Oudere leerlingen kunnen nadenken over vragen zoals waarom meer windingen effect hebben, of wat er gebeurt als je een andere kern gebruikt.
Het proefje sluit goed aan bij lessen over natuurkunde en techniek. Het maakt abstracte begrippen zichtbaar. Tegelijk blijft het speels, omdat je direct kunt experimenteren en variaties kunt uitproberen. Wat gebeurt er als je de draad losser wikkelt, of juist strakker. Hoeveel paperclips kun je optillen.
Wie dit zelf wil proberen, heeft weinig nodig. Het gaat vooral om het begrijpen van het proces en het rustig uitvoeren van de stappen. Door samen te werken ontstaat er vaak meer inzicht, omdat je elkaar kunt helpen en ideeën kunt uitwisselen.
Met kleine aanpassingen kun je blijven experimenteren. Dat maakt dit proefje geschikt om vaker te herhalen en verder te verkennen.
Terug